toespraken 2007 (terug naar alle toespraken)

welkomstwoord Eelco Wichers, voorzitter
ds M.A.M. Sasabone
loco-burgemeester Snijders (gem. 's-Hertogenbosch)
mevr. Davits (Nyenselgroep)
David Ernst
Patricia Wichers
Romy en Chloë van Abkoude

welkomstwoord Eelco Wichers, voorzitter (terug naar 2007)

Geachte dames en heren,

Herdenken (zich weer in gedachten brengen) . Telkens opnieuw doen wij dat met ons allen ‘hen’ herdenken die reeds heen zijn gegaan, en ook ‘hen’die het hebben overleefd en het oorlogsleed van de jaren 1942 / 1949 in het voormalig Nederlands-Indie nog steeds met zich meedragen, tot hun laatste zucht,… de zo genoemde “1e en 2e generatie”.
Voor velen van die generatie betekende de Japanse bezetting en de daarop gevolgde Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, de “ Bersiap “ een lijdensgang van kamp naar kamp, van gevangenis naar gevgangenis, of,… van platteland naar de stad in een speciale woonwijk, een zogenoemde ‘beschermbuurt’ enwèl achter prikkeldraad………!!
Als wij van de 1e en 2e generatie, ál onze belevenissen in het voormalig Nederlands-Indlë de revue laten passeren, dan vragen we ons af : heeft `dat Nederlands-Indië wel echt bestaan…., of is dat slechts een “droombeeld” dat zich ontpopt uit herinneringen van ‘oude mensen’ aan hun belevenissen aldaar ?

‘Neen, beslist géén “droombeeld”,….maar een beeldvorming van voorbije realiteit , van ware belevenissen in het mooie Nederlands-Indië, dat wij helaas na bruut oorlogsgeweld hebben moeten verlaten.

De aldaar geboren en getogen Nederlanders en die, welke destijds vanuit Nederland zijn vertrokken naar Nederlands-Indie om er met de ingezetenen hun beste krachten aan dat land te wijden, zijn danig in aantal geslonken en vormen thans samen een groep van “oud gedienden” .
Wordt alles wat aan het ‘oude Indië ‘herinnert jammerlijk vergeten ?
Hebben de zich hier te lande gevestigde 1e en 2e generatie uit Nederlands-Indië wel ooit iets van hun vele mooie,…maar ook vaak ‘bittere’ herinneringen en ervaringen betreffende dat land aan volgende generaties doorgegeven ? Wat dat betreft durf ik voor mij persoonlijk wel te erkennen dat in mijn gezin het onderwerp “Nederlands-Indië “ lang, mischien wel te lang , weinig aan bod is geweest.
Ondertussen is echter gebleken dat er toch wel sprake is van een onder de jongeren groeiende belangstelling voor dat land van herkomst van hun ouders en grootouders. Dit mag zeker een hoopgevende constatering worden genoemd.

Nuchter en nieuwsgierig en wars van sentiment, willen de jongeren van “nu” en “straks” best wel meer weten over de geschiedenis van het Indië van “toen” en zij wensen slechts “Vrede Nu en Straks !”.

Dank U

Eelco Wichers

Ds. M.A.M. Sasabone (terug naar 2007)

VREDE VOOR VELEN : TOEN, NU, STRAKS

Een paar weken geleden ontving ik een mail, met een power point presentation, een dia-serie. Over het Thema dat de stichting HONI voor deze dag gekozen heeft.
Het was getiteld : PEACE,

Peace, Vrede, Shanti, Irene, Syalom, Salam, Damai, Rust, Welvaart....

Maar op die PPP zie je de verschrikkelijkste taferelen:
Mensen op de vlucht., mensen die in lange rijen staan om een bordje soep met een beetje mais te kunnen ontvangen,
kind-soldaten in Afrika met AK’s, en die foto waar de fotograaf een eerste prijs voor de beste persfoto van het jaar voor heeft mogen ontvangen: een klein voorovergebogen broodmager jongetje dat geen kracht meer had om overeind te komen, en op twee meter er van daan een wachtende gier……
Vrede ! Er moet naar gestreefd worden. We moeten er alles voor over hebben om die vreselijke dingen niet weer te laten gebeuren.
Tweeënzestig jaar lang zijn de bewindslieden in Europa er in geslaagd de vrede te bewaren. Met die verstande dat er geen oolog in Europa is geweest.
Laat dat zo blijven.
Maar voor ons ligt er nog een taak. Dat ook in andere delen van de wereld er vrede en rust en welvaart mag zijn.
Daat moet aan gewerkt worden. Kies integere, rechtvaardige bewindslieden. Ik ken in onze kerk in Den Haag jongeren die met het Rode Kruis naar Darfur gaan, …
Maar het is ook nodig voor onze kleine wereld, van het leven op kantoor, de omgang met buren. De contacten tussen mensen van verschillende bevolkingsgroepen.
Als Christen geloof ik dat dat bij onszelf moet beginnen. Dat je in vrede met God, de bron van je leven leeft. Dat je gelooft dat in Christus de scheidingsmuren, de vijandschap tussen de mensen weggebroken heeft. Wat er ook gebeurt !
Dat vraagt om geloof, om hoop, om liefde.
Hoe moeilijk het ook lijkt…. En toch ! Er zal vrede zijn ! PACE, PEACE, SHANTI.

Ds.M.A.M.Sasabone
HONI HERDENKING
‘s Hertogenbosch, 15 augustus 2007.

GEBED.

Voor allen die een grote naam hebben,
voor regeringsleiders en voor hen
wier woord en inzicht
van invloed zijn op de situatie in de wereld:
Dat zij geen onrecht dulden,
niet vluchten in geweld,
niet onbeheerst en onberaden beslissen
over de toekomst van anderen.
Laat ons ook bidden voor allen
die leven in de schaduw van het wereldgebeuren,
voor hen die onopgemerkt blijven,
hun plicht doen en berusten in hun kleine lot.
Voor allen die vanzelfsprekend rechtvaardig zijn,
gewoon en sympathiek,
voor moeders die hun gezin verzorgen,
voor artsen en verpleegsters
die hun werk doen zonder woorden.

Laat ons bidden voor al die medemensen
wier leed en ellende ons dagelijks onder ogen komt
via kranten en televisie,
Voor de slachtoffers van rassendiscriminatie,
voor de miljoenen die de hongerdood sterven,
voor de talloze slachtoffers
van broedermoord in landen waar er burgeroorlogen woeden,
en laat ons bidden voor allen die in onze buurt getroffen zijn
door ziekte en ongeluk, verachting en onzekerheid,
voor allen die, in het groot of in het klein,
elkander naar het leven staan.

En voor onszelf
dat wij niet wreed en onverdraagzaam zijn,
dat wij niet leven ten koste van anderen.

Laat ons de Heer dankzeggen
dat Hij deze wereld overeind houdt naar Hem toe.
Voor de levensmoed van zo veel mensen
danken wij Hem.
Amen.

Uit : BID om Vrede
*Huub Oosterhuis

loco-burgemeester Snijders (terug naar 2007)

Geachte aanwezigen,

Graag dank ik de Vereniging HONI 42-49 dat ik namens het stadsbestuur van ’s-Hertogenbosch kort het woord tot u mag richten.
Fijn dat u allen vandaag de weg naar deze bijzondere plek in ’s-Hertogenbosch hebt weten te vinden. Een stukje Bossche grond, waar plaats is voor herdenking en bezinning.
Vandaag herdenken wij de capitulatie van Japan, 62 jaar geleden. Het was het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost Azië en daarmee het einde van zes jaar waarin de wereld in oorlog verkeerde. Voor Indonesië werd deze zware periode gevolgd door een langdurige onafhankelijkheidsstrijd.

Op veel plaatsen, maar toch vooral in stilte, gedenken we vandaag de slachtoffers die het grootste persoonlijke offer hebben moeten brengen. We gedenken echter ook de slachtoffers die ook hier vandaag aanwezig zijn: mensen die hebben geleden en tot op de dag van vandaag lijden– eveneens meestal in stilte. Het is goed dat we vandaag gezamenlijk ‘herdenken’ en ‘gedenken’, los van onze beleving dat we natuurlijk ook ‘vieren’.

Vrede voor velen: toen, nu, straks! Rond dit thema zijn we vandaag bijeen. Een thema waar hoop uit spreekt. Een thema waar iedereen hetzelfde over denkt, waar niemand ook een andere opvatting over kán hebben. Ook een thema dat meteen de zwakte van ons mens-zijn blootlegt. In ons deel van Europa hebben we al meer dan 60 jaar vrede en stabiliteit, maar in andere delen van de wereld zuchten mensen nog onder het juk van gewapende conflicten en onderdrukking. Dagelijks vallen daar nog slachtoffers. Moedeloosheid krijgt soms de overhand.

Hoe hopeloos en donker een situatie ook lijkt, er zijn altijd lichtpuntjes. Mensen die zich verzetten tegen hun onderdrukking. Bevrijders die huis en haard verlaten om andermans veiligheid te bevechten. Mensen die met gevaar voor eigen leven de vrijheid en de internationale rechtsorde dienen. Ook nu. Zij verdienen groots respect.

Vrede nu en straks. Het spreekt indirect over verbroedering.

Vorig jaar spraken we er hier op deze plaats over. Verbroedering na een pijnlijke, langdurige en gewelddadige scheiding der wegen tussen Indonesië en Nederland. De politieke en morele aanvaarding van de onafhankelijkheidsdatum 17 augustus dwong nationaal en internationaal groot respect af. Een onnavolgbare stap, gelukkig geleerd uit de lessen van het verleden.
Vrede nu en straks gaat nog verder. Minister-President Balkenende vertaalde die woorden tijdens Veteranendag 2007 naar ons eigen land, en onze inzet voor de vrede. Hij zei: “Nederland is altijd een land geweest met open vensters naar de wereld. Ook nu. Ons land zal altijd een constructieve rol blijven spelen. We beseffen daarbij dat garanties niet gegeven kunnen worden. Werken aan vrede en veiligheid is een kwestie van doorzetten. Van lange adem. Het kost heel wat tijd en energie voordat een land dat verscheurd is door conflicten er weer bovenop is.”

Deze woorden zijn voor u allen geen nieuwe woorden, maar ze klinken - ook hier vandaag – hoopgevend en krachtig. Woorden bij een klein monument, dat groots is in zijn doel. Dit monumentdraagt bij aan de beleving van de geschiedenis. Het monument staat symbool voor kleine en grote verhalen: verhalen van kinderen, vrouwen, mannen en militairen. Om ons gemeenschappelijke verleden levend te houden, om vrede nu en straks te bewerkstelligen, hebben wij ook momenten bij monumenten nodig. Want samen willen en kunnen wij stilstaan bij een gezonde en veilige toekomst van onze samenleving. Bezinning gaat daarbij vooraf aan de juiste vorm van strijd. Strijd die we vooral moeten voeren om onze jongere generaties het verleden te schetsen. Daarom ben ik blij hier vandaag ook de inbreng van de 3e en zelfs 4e generatie te mogen zien.

Vrede voor velen: toen, nu, straks! We zeggen het zo gemakkelijk: ‘laten we de lessen van het verleden verwerken in onze toekomst’. Vandaag zou ik willen zeggen: Laten we onze helden nooit vergeten, en laten we gezamenlijk de vrijheid blijven koesteren.

Ik wens u vanmiddag nog een goede viering en een fijn samenzijn. Dank u wel!

mevr. Davits (Nyenselgroep) (terug naar 2007)

Toespraak namens de Van Neynselgroep 15 augustus 2007

Alle slachtoffers van de Japanse bezetting en de “Bersiapperiode”
Het is mij een eer om u namens de Van Neynselgroep vandaag kort te mogen toespreken.

Trots ben ik dat wij hier vandaag alweer voor de derde keer in Den Bosch, in de tuin van woonzorgcentrum De Grevelingen, bijeen zijn om stil te staan bij die bijzondere 15 augustus.

Het is hier een goede plek.
Gedurende het gehele jaar kom ik meerdere malen per week voorbij, soms met de auto, maar ook vaak met de fiets en altijd wordt mijn blik naar het monument getrokken……………………

“Wat ligt het hier toch mooi!” en
“Wat wordt het goed verzorgd”
“Altijd zijn er bloemen!’

Dat zijn zo een paar gedachten die dan door mijn hoofd spelen.

Dit monument geeft gelegenheid om een moeilijke periode te herdenken……………

Het feit dat het monument er alle dagen van het jaar zo goed verzorgd bij ligt, is een bewijs ervoor dat………………

deze moeilijke periode in de harten van velen “leeft”,
dat er aandacht voor is en
zoals wij in de ouderenzorg heel goed weten is aandacht zo ongeveer het allerbelangrijkste wat er is, in de zorg.

Of het nu zorg is voor mensen (bij de NVG, “oude mensen”) of dat het zorg is voor een herinnering en ….
als symbool daarvan dit monument, hier in deze tuin!

Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in Azië, dat is het waar het hier om gaat.

De Tweede Wereldoorlog in Azië heeft een stempel gedrukt op het leven van allen, die hem bewust hebben meegemaakt en

heeft het leven voor hen verdeeld in een periode vóór en een periode ná de oorlog.

Een wereld van verschil, een grote omwenteling en een aardschok, niet te bevatten voor wie vreedzaam in besloten kring zijn leven slijt. Dat laatste geldt tot nu toe voor enkele generaties na 1950, (waaronder dat van mijzelf).

De boodschap waar dit monument voor staat is
“nooit weer”!
en ook
laten we leren van het verleden en dit jaar nog speciaal,
vrede voor velen: toen, nu en straks.

Vanzelfsprekend heb ik ter voorbereiding van deze dag het een en ander gelezen over de periode van de Japanse bezetting en de Bersiap in het voormalig Nederlands-Indië.

Wat ik heel goed begrijp is de behoefte om ook de jeugd te betrekken en hen een venster van inzicht te geven, maar dan zonder dat ze de verschrikkingen zelf hoeven te ervaren.

Of dat echt kan en of dat lukt weet ik niet.
Als ik om mij heen kijk in deze wereld zie ik dat alle oprechte inspanningen en goede voornemens ten spijt nieuwe tegenstellingen aan de lopende band ontstaan en soms ook tot nieuwe verschrikkingen leiden.

Juist daarom heb ik groot respect en bewondering voor de inzet die ik hier op deze plaats gedurende het gehele jaar voel en zie!

Dat geeft hoop, als signaal voor alle toekomstige generaties:
- sterker uit de strijd
- respect voor wat was, wat niet meer terugkomt, de tijd van vóór de oorlog
en vooral
verhalen, blijf ze vertellen
en
blijf ernaar vragen voor nu en later.

Dank u wel voor uw aandacht.

David Ernst(terug naar 2007)

Er was eens een prinsesje. Ze leefde in een ver, warm land samen met haar broertjes, zusjes en haar ouders. Op een dag, toen ze in de tuin aan het spelen was, betrok de hemel plots en haar moeder kwam de tuin in gerend. Ze begreep niet alles wat haar moeder zei, maar het woord ‘oorlog’ kon ze wel herkennen. Er brak een grauwe periode aan.

Nu ligt het voor de hand dit prinsesje in het Nederlands-Indië van 1942 te plaatsen, en we zijn hier vandaag ook samen om juist die tijd én de tijd erna te herdenken. Maar U en ik weten dat we dit prinsesje ook kunnen plaatsen in het Vietnam van de jaren zestig, Joegoslavië van de jaren negentig tot en met Irak, Afghanistan en Darfur anno 2007. Oorlog is een even onvermijdelijk iets in de menselijke geschiedenis als liefde. Oorlogen gaan gelukkig ook over, maar de wonden blijven. De mensen pakken hun leven weer op, zo goed en kwaad als dat kan, maar de herinneringen blijven, eindigen in geschiedenisboeken en sterven uiteindelijk uit als de laatste overlevende naar het graf gedragen wordt. Monumenten zoals deze zijn daarom goed om slachtoffers te herdenken stil te staan bij de gruwelen, maar een monument blijft maar een stenen ding als er ook geen menselijke noot aan vast zit. Het is daarom ook mooi dat de HONI het niet alleen bij een monument laat maar ook jaarlijks activiteiten ontwikkeld om de menselijke maat erbij te betrekken. En hier komen we tot de kern van deze samenkomst. Enerzijds gaat het natuurlijk om de nagedachtenis van de slachtoffers van de oorlog en Bersiap-tijd, maar een mijns inziens ook belangrijke kern gaat om het samenzijn, en wel specifiek het samenzijn van de nazaten van Nederlands-
Indië. Ik ben zo’n nazaat, een derde generatie Indo. Ik voel me in de eerste plaats mens, daarna man, zoon, minnaar, Westeuropeaan, maar natuurlijk ook Indo. De HONI draagt met activiteiten als deze bij aan mijn Indotiteit, waarbij ook hoort dat je weet wat er gebeurd is in de oorlogsjaren in Nederlans-Indië.

Als derde-generatie-indo heb ik me tijdens de puberteit ook wel beziggehouden met deze Indotiteit. Bij mij kwam het door zwarte rappers uit de Verenigde Staten die het over rassendiscriminatie hadden en toen ik in de spiegel keek dacht ik ook van ‘tja, ik zie er wel wat anders uit dan mijn meeste klasgenoten’. Bij mij uitte dit gevoel zich onder andere door erover te rappen, de taal van mijn generatie.

Nu we het toch over mijn generatie hebben, vind ik het ook zeer mooi dat er nog steeds Indische jongeren zijn die zich bezighouden met hun identiteit. Juist voor hen lijkt het me ook belangrijk. Toen ik opgroeide, ik ben nu 34, was de Nederlandse samenleving nog niet zo divers als nu. Als opgroeiende jongere op school, straat en uitgaan wordt je veel meer geconfronteerd met jongeren van een andere afkomst. Turken, Marokkanen, Antillianen en juist daardoor lijkt het meer logisch dat je ook je eigen identiteit beter wilt begrijpen en leven.

Dat begrijpen en leven lukt gelukkig ook goed door juist de interactie aan te gaan met oudere generaties, zoals vandaag. Want voor je het weet vervagen de verhalen en zonder verhalen geen volk. Aan het vak geschiedenis op school heb je in ieder geval soms niet veel, zoals de eindexamencommissie dit jaar bewees. Zo hebben havo- en VWO scholieren die in mei eindexamen geschiedenis deden wel geleerd dat er 5.000 Nederlandse doden vielen tijdens de politionele acties maar niet dat er ook 150.000 Indonesische slachtoffers waren. Dit stuit mij in ieder geval tegen de borst, want het raakt de kern van de Indotiteit. Wij indo’s zijn per definitie een product van blanke Nederlandse voorouders én Indonesische voorouders. De een kan niet zonder de ander voor ons. Ik citeer de reactie van historicus Elsbeth Locher-Scholten op dit examen: “Het is een blanke mannengeschiedenis bezien door bijziende Nederlanders. Indonesiërs zijn niet meer dan behang en decor.’ Einde citaat.

Voor mij persoonlijk hebben mijn opa, oma, oom en tante in een Jappenkamp gezeten. Een zwarte periode waarin mijn oma, alhoewel men daar liever niet over spreekt in mijn familie, een troostmeisje was. Mijn vader is, gelukkig voor hem, net na de oorlog geboren, maar ook bij hem waren er natuurlijk sporen door de tragedie in zijn familie. Later in Nederland begon hij dan ook een carrière in het leger, uit eerbetoon aan zijn vader en gewoonweg omdat hij wilde strijden voor vrede.

Ik zal niet naïef zijn en hopen dat de wereld ooit zonder oorlog zal zijn, het lijkt er jammer genoeg bij te horen, maar ik hoop wel dat in de toekomst dat prinsesje dat in de tuin speelt, nog lang door kan spelen eer grauwe duistere donkere wolken zich boven haar hoofdje pakken, want er gaat niets boven vrede en vrijheid. Voor iedereen.

Patricia Wichers(terug naar 2007)

Geachte dames en heren…, jongens en meisjes ,
Nog niet lang geleden is onze neef Ralph, de oudste zoon van papa’s zus, overleden. Een droevige gebeurtenis, want hij was nog jong, nog maar enkele jaren de vijftig gepasseerd. Tegen Giles, mijn man, zei ik: “Ralph was toch een echte Indo”. “Hoezo”, vroeg Giles, “waarin was hij meer indo dan jij bijvoorbeeld?”. Daar moest ik toch wel bij stil staan, want één twee drie, een antwoord geven kon ik niet. Je denkt allereerst aan het uiterlijk, er Indisch uitzien. Dan denk je aan het Indisch praten, Nederlands met een Indonesisch accent, en dan pas aan dat Indisch zijn, dat moeilijk te definiêren is.

Wat de mensen van mijn generatie (de derde generatie Indische Nederlanders), zus, broer, nichten en neven, waaronder Ralph, delen is vooral die tijd van onze jeugd in de jaren zestig. Iedereen had het moeilijk, Nederland was nog steeds in de naoorlogse opbouw. Alle Indo’s, mijn oma’s, opa’s, ouders, tantes en ooms, waren aan het worstelen om hier in Nederland opnieuw een leven en een toekomst voor zichzelf en de kinderen te verzekeren.. We deelden allemaal een “weinig hebben’ maar in die verbondenheid van ‘komende van een ver land’ hadden we veel: de warmte van families en het delen van spullen, eten, gezelligheid....en afkomst.

Als jong kind heb je niet het volle besef van het worstelen, de struggle van je ouders, je kan alleen de spanningen daarvan ondergaan. Je realiseert je beetje bij beetje als je opgroeit wat daar allemaal de achtergrond van is. En dan blijkt dat die achtergrond gelegen is in dat ver land waarvan de ervaringen en herinneringen door die eerste en tweede generatie als in koffertjes meegenomen zijn naar Nederland. Die koffertjes vol ervaringen en herinneringen bleven meestal gesloten, en werden af en toe in besloten kring geopend.

Pas als die tweede generatie met pensioen gaat,…… de tijd heeft om te reflecteren over het verleden en dus de koffertjes geopend worden komt die achtergrond meer in de openbaarheid. Ook de hedendaagse globale gebeurtenissen van oorlogen, vluchtelingen, migraties en trauma’s doen die tweede generatie beseffen dat de koffertjes geopend moeten worden. Praten over wat je hebt meegemaakt in het verleden, verschrikkingen van de oorlog, het van de ene kant van de wereld naar de andere kant moeten verhuizen, is belangrijk. Miljoenen mensen maken dit dagelijks mee. Het openen van de koffertjes is het verwerken van de trauma’s maar ook aan de buitenwereld laten zien: Hoe ben je daar uit gekomen en hoe ga je daar nu mee om? Hoe heb je het overleefd?

Heel die achtergrond, die bagage van onze ouders en grootouders in dat verre land (dat dichterbij is gekomen omdat we er zelf ook al op bezoek zijn geweest) bepaalt ook ons Indisch zijn. Dat Indisch zijn dat altijd moeilijk te definiëren zal zijn, want zoals culturen is het constant aan veranderingen onderhevig. De kinderen van de vierde generatie zullen er weer een andere omschrijving van geven omdat zij met hun ervaringen een eigen Indo-defenitie zullen geven.

Zo pratend over ‘vierde generatie’ geeft hoop. Want ik denk aan al de kinderen en jongeren waar ik in mijn werk mee te maken heb. En vooral aan de tieners in vluchtelingencentra’s die op eigen houtje naar Europa zijn weggevlucht zonder ouders en familie uit alle delen van de wereld. Ze hebben een oorlog meegemaakt, zijn vaak via drugshandel, prostitutie hier terecht gekomen en gaan nu naar school, leren een nieuwe taal en hopen op een betere toekomst.

Wij zijn hier samen met vier generaties, en de ervaringen en herinneringen van de eerste twee generaties zijn als het ware als geesten uit een geopende koffertjes gekomen en hebben zich samen gestold in dit monument. Dit monument is een teken van hoop, het zegt : kijk wat wij hebben meegemaakt en hoe we het overleefd hebben ! Dit monument is een teken van vrede, het zegt: we willen niet dat mensen, kinderen in oorlogssituaties terechtkomen. Want naast fysieke verwondingen duurt het een leven lang om trauma’s te verwerken. Het is een grote droom, maar we zouden voor alle mensen wensen dat ze fijne herinneringen aan hun verleden hebben. Ziekte en dood komen zo wie zo, we hebben geen oorlogen nodig om alles nog erger te maken.

Ik eindig met een fijne herinnering uit de jaren zestig:
De volwassenen waren naar de toko gegaan om tahoe, tempe, terassi, ketjap en nog meer te kopen. Daar in Den Haag bij oma en opa op het kleine balkon speelden we met Ralph in de hete zon.”Laten we doen alsof we in Indonesië zijn” zei Ralph. Hij durfde het tafelkleed van de tafel te pakken, bond dat rond zijn hoofd en middel en begon te dansen en te zingen als een Javaanse vrouw. Althans, zijn interpretatie van een Javaanse vrouw, dans en gezang. We lagen dubbel van het lachen, daar op dat kleine hete balkon in Den Haag.

Dank U .
Patries Wichers
‘s- Hertogenbosch, 15 augustus 2007

Romy en Chloë van Abkoude(terug naar 2007)