toespraken 2008 (terug naar alle toespraken)

welkomstwoord Eelco Wichers, voorzitter
mevr. ds. Leuhery-Sinay
loco-burgemeester Snijders (gem. 's-Hertogenbosch)
mevr. Guusje van Dooren
mevr. Tine van Ommen-Douwes
mevr. Anneke Schults
mevr. Mei Li Vos
Romy en Chloë van Abkoude

welkomstwoord Eelco Wichers, voorzitter (naar boven)

Geachte aanwezigen,

Namens het bestuur heet ik u allen van harte welkom.

Het bestuur van onze vereniging mag wederom welkom heten als enige heer in het rijtje van vrouwelijke sprekers, n.l. dhr. G. Snijders loco-burgemeester van ’s-Hertogenbsoch. Eveneens welkom de kabinet chef van de gemeente Den Bosch, dhr. J.de Wit.
Wij zijn als bestuur eveneens verheugd dat een lid van onze volks vertegenwoordiging uit de 2e kamer, mw. Mei Li Vos deze herdenking in de hoofdstad van Brabant kan ervaren; Ook U, van harte welkom in ons midden.
Een bijzondere gaste uit Canada, die op doorreis naar het Verre oosten speciaal een ‘stop over’ heeft gemaakt om deze herdenking te kunnen bijwonen n.l. Wendy Guerin-Schuttevaer en ik hoop dat jij Wendy, jouw ervaring hier, … aan alle Indische Nederlanders, ver over zee bekend zal willen maken.
Ook willen wij de vereniging ‘Darah Ketiga’ (3 generatie jongeren) opnieuw welkom heten in ons midden en dat wij als vereniging HONI 42-49 de hoop mogen koesteren dat zij als 3 generatie Nederlands Indische jongeren ons vaandel hoog’ mogen houden in woord en daad en voor de 4 generatie jongeren een goed voorbeeld moge zijn.
En zeker niet op de laatste plaats wil de vereniging HONI 42-49 hierbij van harte welkom heten: mw/ Dominee Leuhery-Sinay van de Gereja Kristen Indonesia Nederland (Indonesisch/Nederlands Kristelijke Kerken) uit Utrecht en verbonden aan de zelfde kerk te Tilburg. Zij heeft op verzoek van ons bestuur welwillend gereageerd hier aanwezig te zijn om op ons thema een kort woord en gebed uit te spreken.

Zonder enig twijfel heeft het bestuur van onze vereniging voor deze herdenking het volgende thema gekozen: “De vergeten Vrouwen”. Waarom dit thema? Bij de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942, werden wel haast alle Nederlanders, Indische Nederlanders en mannen die als militair hebben gediend geïnterneerd en werden even later op transport gesteld naar verschillende interneringskampen buiten Java; ook zelfs naar kampen buiten Nederlands-Indië. Vele vrouwen van geïnterneerde mannen moesten door de ‘bezetter’ hun huizen verlaten en werden met hun kinderen ondergebracht in z.g. ‘Vrouwenkampen’, waar zij vaak de meest ‘beestachtige’ vernederingen moesten ondergaan van de Japanse kampleiding.
Al deze vrouwen, zowel die welke binnen als ook buiten de kampen verbleven, hadden gemeen, dat zij ‘VERLATENEN’ waren. Hun man, de steunpilaar en toeverlaat in het gezin was weg! Zij wisten niet waar die was of nog leefde!? Deze alleenstaande vrouwen met hun kroost binnen en ook buiten de kampen werden noodgedwongen de leiding te nemen over het gezin.
De vrouwen die tegen de onmenselijke Japanse onderdrukking verzet pleegden, belanden daardoor in de gevangenissen onder het commando van de ‘Kempetai’= Japanse Gestapo. Daar werden deze vrouwen aan extreem wrede mishandelingen blootgesteld. Ook ‘vrouwen’ als deze ‘dapperen’ waren er eveneens in ons bezet Nederlands-Indië! De Tweede Wereldoorlog is geëindigd met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945.

De Japanse interneringskampen werden wel opgeheven, maar de mannen hadden nog geen mogelijkheid zich te herenigen met hun gezinnen. De onafhankelijkheidsstrijd van Indonesia o.l.v. Sukarno: ‘De Bersiap’ periode brak aan!
En opnieuw werden vrouwen en kinderen in z.g. ‘afgeschermde wijken’ van hun vrijheid beroofd. Ook jongens van 15 jaar en oudere mannen werden bij nachtelijke razzia’s bijeen gedreven en in bewaakte kampen/gevangenissen opgesloten. Weerloos moesten de vrouwen toezien hoe gewelddadig een ‘afhankelijkheidsstrijd’ kan ontaarden, daar waar vele weerloze vrouwen in die periode de verkrachtingen, moorden en andere wreedheden moesten ondergaan. Zowaar, het lot van deze honderdduizenden Nederlandse, Indische Nederlandse vrouwen en kinderen die eerstens de ‘Japanse- knechting’ drie jaar hebben moesten ondergaan en daarna nog tot ver in 1949 de ‘Bersiap’ periode hebben meegemaakt is ook over deze periode door de politiek weinig of geen bekendheid aan gegeven!
Daarom, de door ons genoemd ‘De Vergeten Vrouwen’ hebben hun bewijs van kracht en karakter geleverd en moeten voor altijd geëerd worden!

Geachte aanwezigen, ik hoop van ganser harte dat wij met ons allen vandaag hier bij dit monument de bede moge uitspreken die duizenden vrouwen in die genoemde periode dag en nacht hebben uitgesproken; ‘Heer waakt over ons?’
Ik geef thans het woord terug aan onze Ceremoniemeester mw. Tahalele-Boekholt.

Dank U.

mevr. ds. Leuhery-Sinay (naar boven)

Inleiding en gebed

Regelmatig horen wij verhalen van moedige mannen die in Nederlands-Indië, om hun trouw aan Nederland, gevangen genomen, gemarteld, of vermoord zijn. Maar de namen van de vrouwen zijn over het algemeen minder of niet bekend. Wie zijn die vrouwen? En wat maken zij door?
Hoe is het om in je eentje de kost te moeten verdienen en voor je kinderen te moeten zorgen?

Vervolging trekt een zware wissel op de vrouwen die achtergebleven zijn. Zij worstelen met een pijnlijke scheiding, met verlies en onzekerheid.
Ze worden door hun omgeving vaak buitengesloten en moeten helemaal alleen zorgen voor hun vaderloze kinderen. Daarnaast leven zij ook een in zware armoede. Vrouwen en kinderen leefden in bittere ellende. Honger en slechte hygiënische omstandigheden waren aan de orde van de dag.
Ze hadden last van vliegen, wandluizen en ratten. En het eten bestond uit een handje vol rijst, een kleverige pap, en een vormloze bruine massa, dat brood moest voorstellen.

En natuurlijk was er ook het dagelijkse geweld van de kampleiding. Japanse militairen dwongen vrouwen en kinderen om te buigen uit eerbied voor de Japanse keizer. Wie weigerde om te buigen, werd keihard in elkaar geslagen. De ene keer met een stok, de andere keer met een leren koppelriem. De vrouwen werkten in de tuinen van het kamp, maakten sloten schoon, of werkten in de keukens. Ook de kinderen moesten helpen met het loodzware werk.

Vandaag herdenken wij deze vrouwen, deze vergeten vrouwen. Wij willen hen vandaag in herinnering brengen. Want ook zij dienen na de oorlog als helden te worden herdacht. Dank zij hun inzet, hun zorg, hun offers, en standvastigheid, kunnen wij nu, generaties later, bij elkaar komen. Wij mogen voortleven, dank zij hun liefde voor hun kinderen.

Laat ons bidden,

Op deze dag zijn wij bij elkaar gekomen om de vergeten vrouwen van de oorlog in het voormalige Nederlands-Indië te herdenken. Wij herdenken hun verdriet, hun pijn, en hun lijden. Maar vooral herdenken wij de liefde, de zorg en de warmte die zij aan hun kinderen hebben betoond.
De liefde die zij aan hun kinderen hebben gegeven, is onbeschrijflijk. Zij staan dan ook in onze herinneringen gegrift tot op de dag van vandaag.

Wij danken de Heer van alle eeuwen, dat Hij deze vrouwen heeft aangewezen als voorbeeld voor de hele mensheid; dat de liefde de belangrijkste bron is van leven. Wij danken de Heer dat Hij deze dag aan ons heeft gegeven, zodat wij deze vergeten vrouwen mogen eren en herdenken.

Amen

loco-burgemeester Snijders (naar boven)

Geachte aanwezigen,

Graag dank ik HONI 42-49 dat ik namens het stadsbestuur van
’s-Hertogenbosch kort het woord tot u mag richten. Fijn dat u allen vandaag de weg naar dit bijzondere monument in ’s-Hertogenbosch hebt weten te vinden. Vandaag herdenken wij de capitulatie van Japan, 63 jaar geleden. Het was het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost Azië en daarmee het einde van zes jaar waarin de totale wereld in oorlog verkeerde.
Voor Indonesië werd deze zware periode gevolgd door een langdurige onafhankelijkheidsstrijd.

Op veel plaatsen staan we vandaag stil bij de slachtoffers die het grootste persoonlijke offer hebben moeten brengen. We gedenken echter ook de slachtoffers die ook hier vandaag aanwezig zijn: mensen die hebben geleden en tot op de dag van vandaag lijden, meestal in stilte. Het is goed dat we vandaag gezamenlijk ‘herdenken’ en ‘gedenken’.
Het is goed dat we dat blijven doen.

In dit vierde jaar van herdenken bij dit bijzondere Bossche monument, heeft HONI ook een bijzonder thema gekozen: de vergeten vrouwen.
Wie zijn oor te luisteren legt, merkt inderdaad dat de verhalen van specifiek de vrouwen – toen nog kinderen – in de speciale vrouwenkampen maar zelden klinken.

Ik ben zeer content met dit thema – hoewel ik mij er niet aan zal wagen - en zal zodadelijk met bijzondere interesse luisteren naar hun verhalen.

Dames, en heren,

63 jaar! Een kind kan 63 jaren niet overzien en vindt het vooral héél lang geleden. Jong-volwassenen hebben al een iets beter tijdsbesef en weten dat hun ouders niet, maar hun opa’s en oma’s vaak nog volop herinneringen hebben aan 63 jaar geleden.
De ouders van die kinderen weten niet beter: zij zijn opgevoed door de generatie die voor het leven is getekend.
Een generatie waar ons steeds meer van ontvalt. Een generatie die er daarom goed aan heeft gedaan hun verhalen door te geven. Verhalen die zij zelf, maar wij nu ook doorgeven aan latere generaties, en op den duur aan generaties die het dan alleen nog maar van nabestaanden te horen kúnnen krijgen.

En al die verschillende persoonlijke verhalen hebben allemaal hetzelfde doel: het besef dat wij als mensen móeten en willen leren van ons goede en ook foute gedrag. Dat vermogen bezitten wij, en het wordt van ons verwacht dat we dat vermogen durven aan te spreken.
Net als het vermogen tot verbroedering. Op deze plaats spraken we daar in 2006 over.
Verbroedering na een pijnlijke, langdurige en gewelddadige scheiding der wegen tussen Indonesië en Nederland. Voor wat betreft grote delen van de Nederlands-Indische gemeenschap spreken we over vele jaren van fysiek en psychisch leed.
De kracht om dan te leren van het goede en het kwade, maar ook om te verbroederen tekent de mens. Tekent ook u!
Persoonlijk voel ik daar een diepe bewondering voor.

Vandaag wapperen de vlaggen. In heel Nederland, dus ook in de toren van onze Sint-Janskathedraal en in ons Stadhuis. We vieren op 15 augustus de vrijheid, net als op 5 mei. Vieren valt echter niet los te koppelen van herdenken.
Herdenken is stilstaan bij, en in gedachten teruggaan naar momenten als
mijlpalen in de tijd. Herdenken doe je altijd met gemengde gevoelens. Verdriet is er om het leed en al het dierbare dat je hebt verloren; blijheid omdat je verlost werd van een groot kwaad en de toekomst weer mogelijkheden bood. Of, zoals de Indische schrijver Njoo Chong Seng zo treffend beschreef:

“Vreugde wordt altijd besproeid door tranen, als uit de altijd
voortgolvende Zuidelijke Zee, als uit de hemel in de regentijd.”

Herinneringen die je de rest van je leven meedraagt, maar een optimistische en toekomstgerichte levenshouding niet in de weg hoeven te staan. Immers, herdenken is, naast herinneren, ook vooruitzien. Dat geeft ook hoop en kracht. Deze woorden passen bij dit moment, bij dit mónument.
Een klein monument, dat groots is in zijn doel.
Dit monument draagt bij aan de beleving van de geschiedenis. Het monument staat symbool voor kleine en grote verhalen: verhalen van kinderen, vrouwen,
mannen en militairen. Om ons gemeenschappelijke verleden levend te houden, om vrede nu en straks te bewerkstelligen, hebben wij monumenten nodig. Want samen willen en kunnen wij stilstaan bij een gezonde en veilige toekomst van onze samenleving.
Dat stelt ons voor vragen: wat doen we met het onbestemd gevoel van onzekerheid en onveiligheid? Geven we de waarden en normen én het gevoel van veiligheid in de wereld de juiste betekenis?
Vinden we gezamenlijk een balans, in vrijheid, veiligheid en verantwoordelijkheid?
Wat doe ik er persoonlijk aan?
Geen gemakkelijke vragen, en geen gemakkelijke antwoorden.
We blijven de lessen van het verleden herhalen en herhalen, totdat we langzaam in staat zijn die lessen mee te nemen in ons handelen.
In Europa lijkt dat gelukt, maar dan ineens - zelfs deze dagen - worden de
gruwelijkheden van oorlog weer zichtbaar. Op de eerste dag dat de wereld zijn sportieve verbroedering toont, tonen schokkende beelden uit Georgië dat we nog lang niet zijn uitgeleerd.
Het moet oudere en jongere generaties wel eens een moedeloos gevoel geven. Toch zijn u en ik er van overtuigd dat we moeten blijven werken aan de basis van ieders geluk: aan vrijheid.
Vandaag zou ik willen afsluiten met de opmerking dat wij allen – mannen, vrouwen, kinderen en kleinkinderen – niet alleen vandaag, maar op elk gewenst moment onze gedachten laten uitgaan naar mensen die lijden, geleden hebben of het hoogste offer - hun leven- hebben gegeven voor
ons! We zeggen het makkelijk, maar besef het maar eens:
iemand geeft zijn leven om mij en mijn dierbaren vrij te laten leven……..Laten we hen nooit vergeten, en vooral koesteren.

Bijvoorbeeld op dit moment, bij zo’n bijzonder monument!

Dames en heren, ik wens u een goede herdenking en viering en een fijn samenzijn toe.

Dank u wel

mevr. Guusje van Dooren (naar boven)

HERINNERINGEN:

Ze zijn er, maar niet altijd de mooiste!
DECEMBER 1942: Wij kwamen in oorlog met Japan, de Jappen namenbezit van Nederlands-Indië en alles werd anders.
Dat merken wij in mei 1943.

Alle mannen en jongens vanaf 12 jaar werden opgepakt en afgevoerd. Zij werden verspreid naar concentratiekampen op Java.

Hierna waren waren de vrouwen en de kinderen aan de beurt. Wij kwamen eerst terecht in KRAMAT-kamp, maar toen kwam de verhuizing naar TJIDENG-kamp.
Dit kamp was berucht om zijn gruwelijke kamp-cdt. Genaamd SONE, een ware sadist!!!

Wij werden samengehokt in kleine woninkjes, allen boven elkaar. Ruzies bleven niet uit. Het leven daar was een hel!
’s Morgens eerst op appel; in lange rijen staan en op commando buigen en dat 3x per dag, in de brandende zon of stromende regen.

Naast de ruzies ontstond er ook saamhorigheid.
Er werd luid gezongen en gebeden; tot grote ergernis van de Jap.

We leden honger en konden op het laatst alleen maar praten over: eten, koken en vooral recepten uitwisselen. Niet bevorderlijk voor onze honger. Er was verdriet en er vloeiden tranen, maar er kwam ook een soort gelatenheid, iedere dag hetzelfde beeld, broodmagere vrouwen en kinderen.

Doch de sterke vrouwen in het kamp hielden vol en zij hielpen de zwakkeren die het reeds bijna opgegeven hadden weer op de been.

Eindelijk brak 15 augustus 1945 aan, en de geruchten deden de ronde: Japan had zich overgegeven.
Twee dagen later op 17 augustus waren de geruchten geen geruchten meer.
Wij waren VRIJ! De Jappen verlieten het kamp!

Het Wilhelmus klonk weer en de Nipponvlag kon worden verbrand.
Nogmaals zij het lang geleden: HULDE aan die dappere vrouwen, die soms met gevaar voor eigen leven ons door die moeilijke jaren hebben heen geholpen.

Ik dank U.

mevr. Anneke Schults (naar boven)

Herinneringen

Vandaag mag ik hier als voormalig kampkind het woord voeren. Het is voor mij een hommage aan “de vergeten vrouwen”het thema van vandaag
Zonder de zorg van mijn moeder had ik hier niet gestaan. Zoals velen van ons hebben wij als kinderen het aan onze moeders te danken dat wij nu hier in vrijheid leven. Door hier even in mijn herinneringen terug te gaan wil ik alle moeders danken voor hun zorgen en de kans die wij gehad hebben om te overleven. De vrouwen die zonder te weten waar hun man was en of hij nog leefde, hun kinderen in gevangenschap moesten opvoeden.

Kinderen denken niet racistisch. Kinderen denken vanuit hun eigen kleine wereld. Zij denken en voelen van uit zichzelf naar de ander. Mijn oorlog was niet die van de grote mensen, van volk tot volk, van macht en wapens. Mijn oorlog bestond uit overleven en tegen de stroom opgroeien. Ik heb nooit haatgevoelens gehad tegen het land Japan noch tegen het volk de Japanners. Mijn vijanden waren de man die de vrouwen strafte, de man die mishandelde. Sonei die ons uren in de zon liet staan, ons eten en ons water afpakte, wilde apen het kamp injoeg, ons in de nacht liet lopen. Al die mannen die eindeloos schopten, sloegen, scholden en de vrouwen het leven op beestachtige wijze het leven zuur maakten.

Als kind van drie jaar ga ik met mijn moeder op transport naar Tjideng.
(Mijn vader is kort daarvoor al weggevoerd.) We mogen meenemen wat we kunnen dragen. Ik neem een kleine poppenwagen mee om onze schamele bezittingen in te doen. Als we weggevoerd worden is het laatste wat ik hoor: het janken van onze herdershond .
De reis duurt eindeloos, de warmte, honger en dorst zijn nauwelijks te verdragen.
Het Tjidengkamp onder leiding van de maanzieke commandant Sonei is een verschrikking.
Vier jaar lang zal ik daar gevangen zitten samen met mijn moeder en duizenden andere vrouwen en kinderen.
Ik maak kennis met gedeg, koempoelan, vrouwengemeenschap, vechtpartijen, honger ziekte, straffen van de Jap.

Ik herinner me van mezelf dat ik in het kamp een wezentje was, dat altijd honger had.
Dat trots thuis kwam met een kikker of een slak, want dan was er weer wat extra te eten.
Dat vier jaar op blote voeten gelopen heeft. Dat altijd op moest passen op de Jap.
Ik herinner me mijn moeder en de vele andere vrouwen die ondanks hun ellende toch nog konden lachen en praten over het eind van de oorlog en de vrijheid. Overal waar je wilt naar toe kunnen gaan. Je vrij kunnen bewegen, praten met wie je wilt, zeggen wat je wilt, niet bang hoeven te zijn voor de ander. Geen honger meer!

Het gedèg was de grens. Het gedeg de een muur van gevlochten bamboe om het kamp. Daarachter zeggen de grote mensen, daarachter ligt de vrijheid. Daar kun je gaan staan waar je wilt…..
Maar wat is vrijheid?
Ik ben toch vrij in de kamer waar wij met zijn tienen leven.
Ik heb mijn plaatsje in het bed waar ik met mammie in slaap. Ik heb mijn geheime plekken in de tuin en een gat in de in een boom, waarin ik mijn steentjes bewaar.
Achter het gedèg woont de Jap. Wonen die in vrijheid?
Hier in het kamp zie ik achter het gedèg een blauwe berg. Die is mooi.
Zouden de grote mensen dat soms bedoelen, dat die mooie blauwe berg vrijheid is?
Maar bij het gedèg mag je niet komen. Mammie zegt dat is gevaarlijk.
Bij het gedèg ben ik altijd bang.

Kiotseke,Kere,Naore,Jatsume.

Midden in de nacht als de maan schijnt moeten we van Sonei naar het grote plein.
De Jappen schreeuwen en we moeten ons in rijen opstellen.
De koempoelan.
Staan in rijen,netjes in de houding. Luisteren naar wat de Jap schreeuwt.
Buigen en buigen en buigen. En luisteren naar nog meer woorden. Buigen en buigen.
Ik hoor alleen korte blaffende klanken Goed op mamma letten, want die weet wat je moet doen. En dan maar weer buigen.
Intussen onderzoeken andere Jappen de schamele bezittingen van de vrouwen. Wie weet zit er nog iets tussen!
Het leven in het vrouwenkamp bestaat uit leven in angst, hopen op de vrijheid. Niet weten wat er met je man gebeurd is en je zonen van 12 en ouder. Zorgen dat er voor de kinderen wat te eten is, zodat ze niet doodgaan van de honger
Leven van dag tot dag. Lachen en huilen!

Bevrijding.

Ze zeggen dat de oorlog voorbij is, maar ik begrijp het niet. Wat is oorlog eigenlijk.?
Bennie mijn vriendje zegt dat wij gewonnen hebben en de Jappen verloren.
Maar hij en ik hebben toch niet gevochten met de Jap. Hoe kunnen wij dan gewonnen hebben?
De jappen zijn er nog steeds en wij hoeven niet meer te koempoelen. We krijgen eten uit groene blikken van het Rode Kruis zegt mammie. Een heleboel mensen worden er ziek van en sommige gaan dood. En wat nog naarder is…een heleboel mensen krijgen brieven dat hun vaders dood zijn.

Ieder dag komen er vrachtwagens met mannen het kamp in gereden. De vrouwen lopen er op af om te zien of hun man erbij is.
Een van die mannen moet mijn vader zijn zegt mammie.
Maar hoe ziet hij eruit? Ik weet het niet, ik begrijp het niet. “Mijn pappie zit toch in onze koffer en elke avond kijk ik naar zijn foto” Ik ben een beetje bang voor zo’n vreemde man.
Ik zal goed op mammie letten, naar wie zij toeloopt…………..dat is hem. Als hij maar niet merkt dat ik niet weet wie hij is.

Mijn moeder en vele andere vrouwen zijn door de gevolgen van de Jappenkampen helaas jong gestorven en hebben daardoor maar kort van hun vrijheid kunnen genieten.
Dankzij onze moeders staan wij nu hier rond dit monument om hen speciaal op 15 augustus te gedenken.

Herinneren en beseffen wat een geluk ik gehad heb dat ik dit nog na kan vertellen.

Dank je wel mammie.

mevr. Tine van Ommen-Douwes (naar boven)

Geachte aanwezigen,

Mijn naam is: Tine van Ommen- Douwes en ben tijdens de Japanese periode buitenkamper geweest en in de bersiaptijd toch in een kamp terechtgekomen met mijn familie.

Zoals u weet was er sinds 1939 een oorlog in Europa aan de gang, Geallieerden tegen Duitsland.
In Nederlands-Indië werden rond september 1941 alle weerbare dienstplichtige mannen ingelijfd in het KNIL.
Pearl Harbour werd aangevallen door de japanners.
Nederland was het eerste land in Zuid-Oost Azië dat in december 1941 de Japanners de oorlog verklaarde. De hele wereld was nu in oorlog.
Drie maanden heeft het KNIL stand gehouden. Na maart 1942 werd het gehele KNIL leger krijgsgevangen genomen en als dwangarbeiders verscheept naar Thailand, Japan, Singapore, Sumatra.

Gezinnen werden uiteen gescheurd! Vrouwen en kinderen zonder vader en man. Angst en verwarring alom. Tantes en hun kinderen kwamen in het grote huis van oma wonen. Dit was veiliger.
Het salaris van de vaders werd niet uitbetaald. Moeder en de tantes gingen aan de slag. Geen KLAGEN, geen GEZEUR: AANPAKKEN, OVERLEVEN. En de hoop dat de oorlog snel voorbij zou gaan.
Ze bakten koekjes, taarten, etenswaren. De kinderen verkochten die. De japanners lieten het een tijdje oogluikend toe. Er was weer even geld om groenten en melk te kopen voor de baby’s vooral.
Als kind van ongeveer acht jaar STOND IK DIT VERBAASD AAN TE ZIEN.
TOEN VOLGDEN DE RAZZIA’s:
De japanners haalden gezinnen uit de huizen en brachten die over naar diverse -AFGESLOTEN kampen: in onze omgeving: Banjoebiroe, Amberawa, Lampersarie, en nog meer.
Families van gemengdbloed werden een tijdje met rust gelaten. Op een bepaald moment kregen wij HUISARREST. De straat werd afgesloten en bewaakt.

Dan komt het moment dat onze voedselvoorraad op raakte.
De volwassenen hadden het consigne: NIET DE STRAAT OP, NIET HET HUIS UIT, NIET DE STAD IN.
Mijn moeder kleedde mij toen –ik was acht jaar- aan in een kain( een batik wikkelrok) en een bloesje. Leek dus veel op een Indonesisch meisje.
Moest de pasar op met sieraden, of kleren.
Moest ze verkopen en thuis komen met etenswaren.
Ging via achtertuinen en steegjes naar de pasar, omdat ik ook niet wou buigen voor de Japanse bewakers. Dit heb ik tot mijn elfde jaar gedaan. Toen er ook niets meer te verkopen was hebben we in de tuin slakken gezocht en wilde postelein en die opgegeten.
Honger begon te knagen.

Op 6 en 9 augustus vielen atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.
En Japan capituleerde op 15 augustus 1945.
BEVRIJDING! DACHTEN WIJ. Vaders zouden weer thuiskomen. Maar……
Soekarno proclameerde zijn MERDEKA: ‘Indonesië voor de Indonesiërs.’ Voor groepen Indonesiërs was dit het sein om te plunderen, te moorden, branden te stichten.

De bersiap periode was een feit geworden.
Wij WERDEN in zogenaamde “beschermingskampen” opgesloten.
Nog zes maanden hebben wij in kamp Banjoebiroe doorgebracht.

Daar heb ik nog meer STERKE VROUWEN EN MEISJES MEEGEMAAKT.
Deze jonge vrouwen, soms echt wel heel jong, rond de vijftien jaar, hebben in het japanse kamp voor hun broertjes en zusjes gezorgd. Moeder WAS OVERLEDEN OF LAG IN DE ZIEKENBOEG.. Zij vochten als leeuwinnen om een eerlijke verdeling van voedsel voor hun broertjes en zusjes.
Toen kwam de BEVRIJDING DOOR ENGELSE MILITAIREN IN MEI 1946.
Als displaced persons op transport naar Batavia.

BATAVIA:
Weinig mannen waren teruggekeerd uit de oorlog of moesten nog herstellen. De vrouwen: moeders en jonge vrouwen konden in de ontredderde en chaotische maatschappij meteen aan het werk gaan, zonder klagen. Als ambtenaar, als verpleegkundige, onderwijzeres, konden zij aan de slag. Zij werkten aan de opbouw van Nederlands-Indië! Maar deden dit vooral voor hun kinderen.

Verdreven van huis en haard, samengepakt in overvolle huizen, deden ze alles voor hun gezin.
Intussen trachten ze ook hun man of vader terug te vinden. Via het Rode Kruis of via de legerleiding hoorden ze dat hun man of vader was gesneuveld of vermist. Tijd voor ROUWEN WAS ER NIET.
Zij zijn voor mij de WARE HELDINNEN uit die oorlogsperiode.
Zij die na de oorlog nooit meer genoemd of geroemd werden, die vrouwen en meisjes mogen wij

Nooit vergeten!!

Zij zijn het SYMBOOL geworden VAN DAPPERE HELDHAFTIGE VROUWEN MET HARTEN VOL LIEFDE VOOR ONS, HUN KINDEREN DIE HEN BLIJVEND DANKBAAR ZIJN.

Vandaag herdenken wij ze heel bijzonder. Zij hebben het verdiend!
Dank U.

mevr. Mei Li Vos (naar boven)

Mijn lieve opa en oma

Mijn opa zou vandaag de dag door het ministerie van Justitie aangesproken worden op het arrangeren van huwelijken en het importeren van bruiden. Na de oorlog heeft mijn opa Indonesische vrouwen naar Nederland gehaald onder het mom van een huwelijk met een Nederlandse man. Zo regelde hij bijvoorbeeld de overtocht van Aslika. Mijn familie kende haar als ‘maatje Burgers’, maar ze was niet mevrouw Burgers, want ze was nooit wettelijk getrouwd met meneer Burgers. Mijn opa koppelde haar aan meneer van Leeuwen in Nederland. Meneer van Leeuwen was al wat ouder en had geen vrouw meer die voor hem kon zorgen. Tot grote hilariteit van mijn familie bracht ze sabut en as mee in haar bagage, zodat ze ook in Nederland de afwas kon doen. Want ze had geen idee hoe ze anders de afwas kon doen in dat koude rare Holland.

Aslika had geen man meer. Meneer Burgers was omgekomen in een Jappenkamp. Ze was niet de enige. Met haar waren er honderden vrouwen die na de oorlog geen man en geen huis meer hadden om naar terug te keren. Indonesische vrouwen die met een Nederlandse man geleefd hadden, of hoe dat tegenwoordig heet, samenwonend met een Nederlandse man. Nu is het heel gewoon om ongetrouwd samen te wonen, maar destijds was je een njai, leefde je in concubinaat, was je niet eervol, en waren je kinderen vaak niet ge-echt. Ze waren geen echte echtgenotes, er werd op hen neergekeken, door zowel de Hollanders als de Indonesiërs.

Reggie Baay schreef dit jaar een boek over de njais, het concubinaat in Nederlands-Indië vanaf de VOC tijd. Baay tekende veel persoonlijke verhalen op. Verhalen over vrouwen die ondanks de heersende moraal gelukkig zijn geworden met hun Hollandse man en kinderen. Maar dat gold niet voor alle vrouwen. Veel van hen werden verlaten als hun Hollandse man terug keerde naar Nederland, of als er een Nederlandse vrouw werd gevonden. Soms werden zelfs hun kinderen van hen afgepakt, om in Nederland een keurige opvoeding te krijgen.

Na de bevrijding werd het pijnlijk duidelijk wat de positie van deze vrouwen was. Als hun man overleden was in de oorlog, of was teruggegaan naar Nederland bleven velen van hen berooid achter. En konden ook niet zomaar terug naar hun familie. Ze waren immers verraders, hadden geheuld met de vijand, zelfs geslapen met de vijand. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe eenzaam en verlaten veel van die vrouwen zich toen hebben gevoeld. Geen man, geen kinderen, geen huis, niemand om bij uit te huilen.

Mijn oma heeft veel van die vrouwen tijdens de oorlog opgevangen. Ook heeft ze veel van hun kinderen in huis genomen toen hun ouders waren verdwenen of vermoord. Na de oorlog, in de vijftiger jaren, toen het ook voor de Indische en Javaanse weduwen te gevaarlijk werd regelde mijn opa voor veel van die vrouwen een man of de overtocht. Mijn lieve opa en oma. Zij waren de vrouwen niet vergeten.

We herdenken vandaag dat in augustus 1945 de oorlog niet voorbij was voor velen. Vandaag denken we aan de vrouwen die vergeten waren. Vergeten door hun mannen, vergeten door hun kinderen, vergeten door de ambtenaren, vergeten door de politiek. Vrouwen die geen huis of man meer hadden om naar terug te keren. Vrouwen die hun kinderen kwijt raakten. Vrouwen die hun land van oorsprong kwijtraakten. Laten wij hen niet meer vergeten. Ik ben erg blij dat ik vandaag met samen met u, mijn moeder en de mensen van HONI deze vrouwen herdenken. Laten we niet vergeten dat vandaag de dag duizenden vrouwen in conflictgebieden hetzelfde overkomt. Verkracht, verstoten, vergeten. Laten wij niet vergeten. Laten we hen niet vergeten. En met een groot hart doen wat we kunnen doen voor de vrouwen die vergeten lijken.

Romy en Chloë van Abkoude (naar boven)

Herdenken en gedenken.

De oorlog en alle ellende ligt gelukkig vèr terug.
We leven in andere tijden, we hebben het achter de rug.
Wij hebben plannen en ideeën en we zijn actief
Bouwen aan onze toekomst met breed perspectief.

Wij, de vierde generatie, kennen geen oorlogsgevaar.
Dit drukte op overgrootouders en grootouders heel zwaar
Onze grootouders bouwden hier, dit HONI monument
Zodat die slachtoffers hier kunnen worden erkend.

Wij leven met u mee, wij zijn trots en zeker ook blij
Dat wij u kunnen steunen en mogen staan aan uw zij.
Om vandaag met u allen alle slachtoffers te gedenken
Postuum, hun onze eer en erkentelijkheid te schenken.

Als jongste spreekster, sluit ik mij bij mijn zuster aan.
Onze generatie is ook met het lot van de slachtoffers begaan.
Ik spreek de hoop uit dat wij in de toekomst mogen geloven
En dat het ligt in de handen van lieve heer daarboven.